Groepen 1/2: Octopussen, Zeesterren en Krabbetjes

Wij beginnen elke dag met een spel uit de kast, deze heeft de leerkracht al op de tafel gezet.
Na 20 minuten wordt het spel opgeruimd en gaan we in de kring.
De hulpjes zitten naast de juf, zij zijn die dag een beetje bijzonder en mogen de juf helpen.
Dan kijken we naar de dagritmekaarten, daaraan kunnen we zien wat we gaan doen.
We starten vaak met levensbeschouwelijke vorming met de lesmethode ‘trefwoord’. Trefwoord brengt met behulp van leefthema’s twee werkelijkheden bij elkaar: de belevingswereld van het kind – in de hedendaagse, multiculturele en religieuze samenleving – en de wereld van de Bijbel d.m.v verhalen, liedjes en versjes.

We werken in thema’s, met de drie kleuterklassen aan hetzelfde thema.
We passen de creatieve activiteiten en de taal- en rekenlessen aan op de thema’s.
We werken met een digitaal kiesbord op het digibord. Elke week worden er 5 activiteiten aangeboden. De kinderen kiezen elke dag uit één van de 5 activiteiten. De kleuren komen overeen met de dagen van de week.
Het doel van het kiesbord is dat de kinderen bewust worden van keuzes en het voorbereidend plannen.
De kinderen kunnen kiezen uit zowel creatieve opdrachten en uit opdrachten met ontwikkelingsmateriaal. Binnen deze keuzes bieden wij differentiatie aan voor groep 1 en 2.
Zijn de kinderen klaar dan mogen de kinderen een spel uit de kast pakken.

Elke dag behandelen wij een laatje uit “de klankkast”, dat is onze methode voor de ontwikkeling van het fonemisch bewustzijn.

Ook bij de kleuters werken we met coöperatief leren, dit is leuke manier om samen te leren werken en minder van de leerkracht afhankelijk te zijn.

Met Aap en Tijger leren we hoe we op een goede manier met elkaar omgaan. Onze methode ´de vreedzame school´ biedt ons hiervoor erg leuke lessen aan.

Elke 2 weken bieden we een letter aan. Die komt dan in de lettermuur en de kinderen mogen spulletjes meenemen met de letter van dat moment.

Om de zelfstandigheid van de kinderen te bevorderen werken we met het stoplicht.
Het stoplicht gaat 10 minuten op rood en dan moet het helemaal stil zijn, zodat de leerkracht tijd heeft om verlengde instructie te geven. De leerkracht is dan ook niet beschikbaar voor vragen. Het licht op oranje houdt in de dat de kinderen werken met een fluitsterstem. Dit betekent dat ze zachtjes mogen overleggen. Als het stoplicht op groen staat is mogen ze overleggen/praten. Tussendoor is er heel veel ruimte voor individuele aandacht van de leerkracht, zodat ieder kind de mogelijkheid heeft om op eigen niveau tot zijn recht te komen.

Deze dingen doen wij regelmatig, maar niet elke dag: gymmen, muziek en zingen, schooltelevisie (koekeloere).
En dan zijn er natuurlijk nog de hoogtepunten van het jaar: zwemmen in de badjes als het heel warm weer is, sportdag, naar de kinderboerderij, naar de bibliotheek, kabouter-herfstpad (in het bos), naar een voorstelling, op schoolreisje én het zomerfeest.